Beschrijving van de stijlen
Zo is de buikdans vaak verworden tot een fantasiedans.
Er worden echter een aantal stijlen onderscheiden waaraan ik in de lessen aandacht besteed.
En op je fantasie mag je desalniettemin een beroep blijven doen want geen danseres danst hetzelfde !
Hier volgen een aantal beschrijvingen van: (klik op een naam om er direct naar toe te gaan)
Amerikaanse stijl
Baladi
Klassiek Egyptisch
Ghawazee
Libanese stijl
Saaidi
Turkse stijlen
Arabo-Andalusisch
Khaleegy
Amerikaanse Stijl
De Amerikaanse stijl is een assemblage van Turks, Libanees, Egyptisch, een flinke dosis Oriëntaalse (romantische fantasie over hoe het zou zijn
in de Oriënt) en Amerikaanse show. Daardoor zijn er de volgende elementen in te herkennen: snelheid, atletisch vermogen, grote isolaties, grondshows, dansen met
zills,sluiers, zwaarden of slangen. De vrolijke, mysterieuze uitstraling van de danseres appelleert aan het 1001-nacht gevoel dat Westers publiek graag ziet bij een
buikdansoptreden,de snelle afwisseling van bewegingen zorgen er voor dat het publiek zich geen seconde hoeft te vervelen. De speciaal hiervoor gecomponeerde routines met snel opeenvolgende in
stukjes opgedeelde muziek stellen de danseres in staat de snelheid en afwisseling vol te houden. Dit maakt wel dat de Amerikaanse stijl meer buitenkant dan binnenkant
heeft.
Van eind jaren '70 tot begin jaren '90 was dit de stijl die in Nederland het meest gangbaar was.
Baladi
In het begin van de 20e eeuw trokken reeds vele van het platteland afkomstige Egyptenaren naar de stad Cairo op zoek naar een beter bestaan. Ook nu nog hebben vele families die al generaties lang in de stad wonen bindingen met de streek of het dorp waar ze oorspronkelijk vandaan komen.
Baladi betekent "mijn land" of "komend van het land".
Het staat ook voor een als zodanig genoemde dansstijl die de ziel van de
Egyptenaar representeert, de Egyptenaar die dus nog altijd heimwee heeft
naar het platteland.
Het is de dans van de 'gewone' Egyptenaar.
Men zegt dan ook wel dat de mooiste baladidans thuis te zien is.
De baladi is een stijl van dansen die sensueel en niet gechoreografeerde
is,
wordt geïmproviseerd en op de vierkante meter wordt gedanst.
De heupbewegingen zijn aards.
De muziek is karakteristiek en kent vaste onderdelen (die niet altijd in
dezelfde volgorde terugkomen).
Vaak begint de muziek met een taqsim (improvisatie) van de accordeon of
de
saxofoon (vroeger was dat de oud) waarin de danseres ingetogen de
lijnen van het muziekinstrument met haar heupen volgt en vloeiende
bewegingen
met haar armen dicht bij het lichaam maakt.
Dan komt een kort vraag en antwoordspel van de percussionist,
de me-atta,wat klinkt als prr tak e doem tak en zich vaak 4 maal
herhaalt.
De danseres maakt hierop kleine heup of schouderbewegingen.
Dan gaat het instrument waarop begonnen was verder
maar nu met een maqsoum-ritme erbij.
De danseres komt langzaam los en maakt zwaardere heupbewegingen.
Vaak komt dan nog een stukje me-atta waarna het ritme versnelt en
verandert in het fellahin-ritme en de danseres steeds expressiever gaat
dansen.
Het muziekstuk eindigt vaak weer met een taqsim waarin de danseres weer
langzamer en ingetogener gaat dansen.
De baladi-danseres is gekleed in een baladi-jurk en niet in een tweedelig cabaretkostuum.
Iedere Egyptische beroepsdanseres heeft baladi in haar repertoire.
Bekende baladi-danseressen waren/zijn Suheir Saki, Nelly Fouad,
Mona Said en Lucy.
Klassiek Egyptische Stijl
Er zijn verschillende meningen over het ontstaan van de Klassiek Egyptische stijl. Er zijn auteurs die zeggen dat deze stijl haar oorsprong vindt in de dansen die eeuwen geleden terug aan de Arabische hoven werd gedanst, maar omdat er in die tijd nog geen videocamera's waren is dit niet te bewijzen. Vaker wordt gezegd dat deze stijl ontstond in de jaren 40 en 50 (met een uitloop naar het begin van de jaren 60) toen de Egyptische filmindustrie bloeide, vele danseressen in deze films dansten en speelden en deze dans een aura van verfijning en hoofsheid had. In ieder geval is de term "Filmdans" een vaak gebruikt synoniem voor deze dansstijl.
De klassieke stijl is beïnvloedt door dansstromingen uit het Westen: elementen uit het ballet zoals groter ruimtegebruik, arabesken, ruime armbewegingen en vooral een sterk verbeterde houding die het mogelijk maakte verfijndere isolaties te maken met het lichaam. De energie van de klassieke danseres is hoger en minder geaard dan bij de baladi-danseres. Kun je bij de baladi-danseres spreken van het archetype van de volksvrouw, de klassieke danseres vertegenwoordigt het archetype van de prinses of de filmster. Niet voor niets wordt deze dans door de Egyptenaren Raqs el Hawanim (dans van de dames) genoemd. De lichtvoetigheid, de wijde armbewegingen, de fijne handbewegingen en vaak kleine isolaties geven de klassieke stijl een elegante maar ook een op het eerste gezicht weinig spectaculaire aanblik. De mate van lichaamsbeheersing is in werkelijkheid echter zeer hoog en moeilijk
De muziek uit deze tijd is complex en wederom Westers beïnvloedt door de grote orkesten en de vele muziekinstrumenten die gebruikt werden. Niet zelden lieten componisten zich inspireren door Westerse ritmes maar ook door Latijns-Amerikaanse. Er zijn nog veel filmbeelden uit de jaren 40-60 overgebleven van danseressen als Samya Gamal, Taheya Carioca, Naima Akef, Katy, Houda Shamsheddin, Zeinat Olwi en nog vele andere. Doordat men nog niet in staat was het geluid tegelijk te monteren met de beelden geven de filmbeelden vaak een vervormd beeld van de dansen. Het lijkt vaak alsof de danseressen net naast de muziek dansen. In de tijd dat de latere sterren zoals Nagwa Fouad en Suheir Saki in de films verschenen (begin jaren 60), was dit euvel opgelost.
De klassieke stijl is anno nu nauwelijks meer zichtbaar bij de Egyptische danseressen, wel zijn de bewegingen die klassiek genoemd zouden kunnen worden op een natuurlijke wijze opgenomen, geassimileerd en eigentijds vertaald door de danseressen.
Ghawazee
De Ghawazee zijn naar alle waarschijnlijkheid een bevolkingsgroep die oorspronkelijk niet uit Egypte komt maar zich meer dan 1000 jaar geleden in Egypte gevestigd hebben. Er bestaan meerdere theorieën over hun afkomst. Vaak wordt er van uitgegaan dat ze van zigeunerafkomst zijn. De Ghawazee hebben meestal in de marge van de samenleving geleefd maar hadden wel een belangrijke functie, namelijk die van muzikant, entertainer/ster, danseres op bruiloften en feesten. Ook is er altijd een link geweest tussen vrouwelijke Ghawazee en de prostitutie.
Ghawazee zijn de danseressen die beschreven werden in reisverslagen uit de 18e en 19e eeuw, toen Europese schrijvers Egypte aandeden. Sommige schrijvers, zoals de Fransman Gustave Flaubert, waren geheel geobsedeerd door deze danseressen. Anno nu wonen de meesten van hen in de streek rond Luxor. De Ghawazeedans is echter snel aan het verdwijnen. Vaak werd de dans door twee of meer zusjes gedanst. Bekendste representanten zijn de Banaat Maazin (dochters van Maazin) waarvan een van hen, Khariya Maazin, nog steeds lesgeeft in de Ghawazeestijl.
De Ghaqwazee-stijl kun je onderbrengen in de Shaabi en kenmerkt zich door geaarde basale heupbewegingen, stamppassen, ongeïsoleerde hoofdbewegingen en simpele armbewegingen. De danseressen begeleiden zich bijna continu met de sagat en maken grondpatronen door bijvoorbeeld met de ruggen tegen elkaar aan te staan. Oorspronkelijk werd gedanst in een soort shirt met lange mouwen, een rok met banen, een hoofdsieraad in het haar en schoentjes aan. Later werd dit vervangen door een baladi-jurk met rijen kralen. Het Ghawazee-orkest is in grote lijnen hetzelfde als het saaidi-orkest.
Libanese Stijl
Libanon ligt geografisch gezien tussen Egypte en Turkije in. Technisch gezien houdt de Libanese stijl het midden tussen de Turkse en Egyptische: veel snelheid, geaardheid maar toch meer naar boven gerichte heup- en bekkenbewegingen, grondwerk en vrij veel showelementen. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat het Turkse buikdans op zijn Egyptisch is of Egyptische buikdans op zijn Turks. Libanese (en Turkse) danseressen hebben grote invloed gehad op de ontwikkeling van de buikdans in Amerika.
De Libanese stijl is de meest Westers overkomende buikdansstijl, ook door de muziek, die vaak Westers georiënteerd is geweest. Bekende vertegenwoordigsters van de Libanese buikdans zijn Nadia Gamal (1939-1990), Samara en Amani.
Saaidi
Saaidi-dansen komen oorspronkelijk uit de streek tussen Luxor en Assuan en zijn afgeleid van gevechtsdansen met stokken tussen mannen. Vrouwen hebben dit op hun beurt overgenomen van de mannen en hebben er een vrouwelijke vorm aan gegeven waarin wordt gespot met mannelijke kwaliteiten. Desalniettemin hebben de vrouwen de stok als element behouden, hoewel dat slechts dient als ondersteuning van de dans.
De saaidi-dansen kun je scharen onder de Shaabi, de verzamelnaam voor dansen van het platteland. De muziek is meestal vrolijk en ongecompliceerd. Het saaidi-ritme zorgt ervoor dat de dans aards en luchtig tegelijk is. De dubbele dum op het eind van de maat zorgt voor de zwaarte, de geprononceerde tak op het einde van de maat zorgt voor luchtigheid en nodigt bij de vrouwen dans uit tot opwaartse heupbewegingen en sprongetjes.
De muziekinstrumenten die te horen zijn, zijn karakteristiek: de rababa (strijkinstrument met paardenharen snaren), de mizmar (een soort hoorn), de ney (rietfluit), de arghul (blaasinstrument met dubbele schacht) en diverse percussie-instrumenten zoals de baladi- of saaidi-trommel (die om de hals gedragen wordt en met twee stokken wordt gespeeld). Moderne, commerciële saaidi-muziek met elektronische instrumenten bestaat er tegenwoordig ook.
De mannen zijn traditioneel gezien gekleed in twee over elkaar heen aangetrokken galabieja's en hebben een mutsje op het hoofd of een sjaal om het hoofd gewikkeld. De vrouwen dragen een baladi-jurk en hebben een sjaaltje om het haar. De saaidi-danseres draagt geen tweedelig cabaret-kostuum. De Egyptische danseressen hebben meestal een stukje saaidi in hun repertoire, het is dus nog steeds een geëigend onderdeel van het dansvocabulaire.
Turkse Stijlen
De Turkse buikdans verschilt van de Egyptische door minder geaardheid, meer opwaartse bewegingen met het bekken en de heupen, meer draaiingen, het aannemen van snel uitgevoerde poses, grondwerk en een grotere naar buiten gerichtheid. Technisch gezien komen de grotere snelheid, de vele draaiingen en het acrobatische grondwerk naar alle waarschijnlijkheid uit Centraal-Aziatische dansen.
Grofweg zijn er drie buikdansstijlen in Turkije te herkennen.
1. De Arabeske-stijl: Dit is de Turkse versie van de Arabische buikdans en deze bevat de bovengenoemde technische elementen.
Meestal wordt met zills gedanst. Helaas verdwijnt deze stijl steeds meer en wordt ze vervangen door een enerzijds meer Arabisch gerichte stijl en aan de andere kant een meer Europese stijl.
De vanouds verturkste Arabische muziek wordt steeds vaker vervangen door Arabische popmuziek. In het ergste geval is de buikdans verworden tot een soort gehuppel
hetgeen in de toeristische centra te zien is.
2. De Romanstijl: Deze werd van oudsher uitgevoerd door zigeunerdanseressen op het onregelmatige 9/8 ritme. Maar goede Turkse danseressen beheersen deze stijl ook die
gekenmerkt wordt door ruwe bewegingen met de heupen, sprongetjes en weergave van handelingen van alledag.
3. Bellyfolk: Dit is de dans die onderling door mensen op feestjes wordt gedanst, het is een combinatie van bewegingen die het midden houden tussen de
Arabesk-stijl en folkloristische passen.
Arabo-Andalusisch
Arabo-Andalusisch heeft niets met flamenco te maken, een wijdverbreid misverstand. Deze dansvormen stammen uit de Moorse tijd, die ongeveer gelijk liep met onze Middeleeuwen. De Islamitische Moren werden na de val van Granada in 1492 verdreven door de Christenen en vluchtten naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Hun muziek namen ze mee en werd van generatie op generatie overgedragen. De muziek en de liederen (de Muwahashat) ging over liefde en schoonheid en de dans is het beste te vergelijken als een voorloper van het huidige ballet. Al Andalous was een smeltpunt van culturen waar vele hoven met elkaar contact hadden, tot zelfs het Perzische hof aan toe.
De Arabo-Andalusische stijl zoals die in Marokko en Algerije wordt gedanst is zacht en gracieus en wordt met kleine sjaaltjes gedanst. De Libanees-Syrische variant lijkt het meest op het ballet met weinig heupbewegingen, sierlijke poses en veel arabesken. Deze dans wordt vaak gedanst op het ritme Samai Thequil. De vermenging buikdans met flamenco is een Westerse en verzonnen dans
Khaleegy
Khaleegy ofwel Saoudi wordt het meest gedanst in de Golfstaten, Saoedi-Arabië, Kuweit en het zuiden van Irak. De vrouwelijke vorm wordt vaak “Haardans” genoemd. Het wordt gedanst in een grote doorzichtige jurk (met een onderjurk) die zo lang is dat ze over de grond sleept en waarvan de mouwen zo groot zijn, dat je door de mouw heen de jurk kan uittrekken. De jurk wordt tijdens het dansen omhoog gehouden of deels over het hoofd getrokken. De bewegingen die bij de dans horen zijn kleine pasjes, handshimmies, kleine borstbewegingen, schouderbewegingen en zwaaibewegingen met het hoofd waardoor de haren in mooie golven meebewegen. Dit gebeurt meestal op het Khaleegy-ritme. Later is Khaleegy-muziek toegevoegd aan buikdansroutines om de rijke vakantiegangers die van de Golf naar Egypte kwamen te plezieren en meer geld aan hen te verdienen.